Vrije scholen hebben een eigen methodiek om kinderen te leren lezen. In de eerste klas leren de kinderen de letters vanuit een beeld. Een tekening van bijvoorbeeld een laars wordt langzaam een laarsletter en uiteindelijk de letter L.
Dus vanuit beelden maakt het jonge kind kennis met de abstracte lettertekens.

Door het oefenen in vertellen, voordragen, toneelspelen en het werken met gedichten, ontwikkelen de kinderen van de vrije school een rijk taalgevoel.
Rekenen is ook bewegen. De kinderen lopen onder het tellen ritmisch voor-, achter- en zijwaarts en klappen en stampen om ‘tot in de botten’ de getallenwereld te ervaren.
In de eerste drie klassen richten de kinderen zich tijdens de periodes heemkunde op hun eigen directe omgeving. Vanaf de vierde klas gaan ze steeds verder van huis en haard. Dit gebeurt in de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en biologie. Zij maken kennis met dierkunde, plantkunde, mineralogie en menskunde.
In de natuurkundeperiodes in de zesde klas leren de leerlingen over geluid, licht, magnetisme en elektriciteit.
Vanaf de eerste klas krijgen de kinderen onderwijs in vreemde talen.


De school beschikt over een ruimte waarin computeronderwijs wordt gegeven aan klas 4, 5 en 6. Leerlingen leren via internet en cd-roms zoeken naar informatie voor werkstukken en spreekbeurten.
In alle leerjaren vinden verschillende buitenactiviteiten plaats.
De klassen 1 tot en met 6 werken tijdens de lessen heemkunde, aardrijkskunde en biologie vaak buiten. Er vinden excursies plaats, bijvoorbeeld een bezoek aan bibliotheek, museum, steengroeve of boerderij. Jaarlijks is er een sportdag. Er is ook een voetbalteam dat aan de schoolvoetbalcompetitie meedoet. Verder zijn er een aantal jaarfeesten met buitenactiviteiten.
Meer informatie is te vinden in de schoolgids.
Lees/download de schoolgids, klik hier... (PDF-bestand)